Bij de ingang van het modemuseum in Hasselt word je verwelkomd in een hal met foto’s, schilderijen en magazinecovers die de thema’s introduceren die verderop in het museum aan bod komen. De rode draad van de tentoonstelling is moederschap. Elke kamer wordt ingeleid met een thema en een uitleg over de kledingstukken die je daar kunt bewonderen.


De eerste kamer behandelt het thema ‘moedercultus’, waar ontwerpers moeders vereren door verbindingen te leggen met de Maagd Maria. Vervolgens kom je in een kamer met het thema ‘moederen’ en ‘dragen: zwangerschap’. Hier zie je een evolutie in zwangerschapskleding, van ontwerpen die de buik verborgen tot stukken die juist de nadruk leggen op de buik als een symbool van trots en eerbetoon.






Daarna betreed je de kamer ‘dragen’, waarin ontwerpers zich laten inspireren door diverse culturele tradities rondom het dragen van baby’s, bijvoorbeeld met draagdoeken.




Hierna volgt een ruimte met de thema’s ‘kraamtijd’ en ‘voeden’. Je vindt hier verfijnde witte jurken en korsetten met openingen die borstvoeding vergemakkelijken.

In de kamer ‘aankleden’ wordt de verbondenheid tussen moeder en kind belicht, met kledingstukken waarin hun stijlen op elkaar zijn afgestemd.


Affiliatieve mode: verwante geesten
De laatste kamer van de gelijks vloer heeft het thema rouwen. Het thema ‘rouwen’ behandelt het verlies van kinderen op jonge leeftijd of na een miskraam, en hoe kleding een rol kan spelen in het rouwproces. Een bijzondere toevoeging is een kamer gewijd aan modeontwerpster Madeleine Vionnet (actief in de jaren ’20). Na het verlies van haar negen maanden oud kind liet ze haar verdriet doorklinken in haar ontwerpen. Haar innovatieve, korsetloze jurken werden aanvankelijk niet geaccepteerd, waardoor ze een eigen modehuis oprichtte, waar ze zorgde voor haar naaisters en zelfs gratis kinderopvang aanbood.



De eerste ruimte op de eerste verdieping was gewijd aan modeontwerpers die inspiratie putten uit hun moeders en grootmoeders, zoals Ann Demeulemeester, Christian Dior en Jean Paul Gaultier. Een opvallend stuk was een jurk van Hussein Chalayan (1999), geïnspireerd door brieven aan zijn moeder. Ook bijzonder was een korset van Gaultier, ontworpen met zijn grootmoeder in gedachten.




De volgende ruimte focuste op queer mensen van Afrikaanse en Latina afkomst in de Verenigde Staten. Hier werd besproken hoe de opkomst van ballroomdancing leidde tot nieuwe vormen van familiebanden en alternatieve vormen van moederschap voor mensen die geen toegang hadden tot hun biologische familie. Ook kwam het perspectief van transvrouwen als modellen in de 20ste eeuw aan bod.


De voorlaatste ruimte, ‘Moeder of monster’, bood een kritische blik op de geschiedenis. Hier werden historische objecten getoond, zoals een kuisheidsgordel uit de 19de eeuw en vroeg-20ste-eeuws maandverband, die de controle van mannen over vrouwen symboliseerden. Dit werd gevolgd door feministische jurken, waaronder de iconische vulvajurk van Gabriela Hearst, gedragen door Gillian Anderson op de Golden Globe Awards van 2024, en jurken van Maria Grazia Chiuri voor Dior, met borduursels die verwezen naar feminicide in Mexico. Opmerkelijk was ook een interview met actrice Leen Dendievel over abortus en moederschap, waarin zij frisse inzichten gaf over dit onderwerp.





De laatste ruimte, verscholen op de bovenste verdieping, bevatte de installatie ‘Heritage-jurken’ van kunstenaar Thebe Magugu (2023). Deze bestond uit negen jurken geïnspireerd door evenveel Afrikaanse culturen en hun visie op moederschap.



Mijn ervaring in het modemuseum in Hasselt was zeer positief, zelfs beter dan mijn bezoeken aan het Galliera Museum in Parijs (najaar 2024) en het ModeMuseum in Antwerpen (najaar 2022). De tentoonstelling bood interessante achtergrondinformatie, duidelijke introducties bij de kamers en boeiende interviews en getuigenissen. Het enige minpunt was dat er weinig visuele voorbeelden waren in het gedeelte over ballroomdancing, en dat de sectie over de ‘Heritage-jurken’ (wat op hun site de grootste trekpleister leek te zijn) moeilijk te vinden was en weinig informatie bevatte.
